Schaamlippen
Nederland heeft er weer een nieuw woord bij: vulvalippen. Dit vooral omdat het woord ‘schaam’ het gevoel van schaamte op zou roepen. Schaamstreek en schaamhaar blijven vooralsnog bestaan, alhoewel men zich voor schaamhaar ook steeds meer lijkt te schamen, gezien het rijkelijke maaigedrag ervan.
Om het schaamtegevoel voor schaamhaar dan ook direct maar uit te bannen, zou ik ‘kruisgras’ willen voorstellen. Klinkt bijna botanisch en sluit mooi aan bij het maaien ervan. En dan noemen we de schaamstreek voortaan de ‘kruisweide’.
Waar we ons dan wel voor moeten blijven schamen, is de schaamluis. Om die nou ook nog mooier voor te stellen, maakt dat het misschien al te veel op een aantrekkelijke kruisfauna gaan lijken.
Moeten we niet willen, denk ik.
Hoewel … kruisfauna klinkt natuurlijk wel buitengewoon wetenschappelijk. En als we eenmaal zover zijn, is de stap naar kruisecologie nog maar klein. Voor je het weet, hebben we geen schaamluis meer, maar een kleine populatie die deel uitmaakt van de lokale biodiversiteit.
Want waar eindigt het dan? Krijgen we straks ook natuurbeheer voor de kruisweide? Een gemeentelijke subsidie voor achterstallig kruisgras? Een bordje bij de ingang met: ‘Betreden op eigen risico. Hier bevinden zich beschermde kruisbewoners’?
Misschien moeten we eens ophouden met al die onzin. Niet alles wordt beter van een vriendelijker woord. Een bos wordt er niet mooier van als je de begroeiing anders gaat noemen, een schaamstreek ook niet, om nog maar te zwijgen over de schaamluis, hij wordt er niet aaibaarder van als je hem een kruisbewoner noemt.
Sommige dingen verdienen geen eufemisme, maar een bestrijdingsmiddel.
Maak jouw eigen website met JouwWeb