De Haagse praatmolen
Soms lees ik in de krant een artikel waarbij ik direct denk: ja hoor, daar gaan we weer. Het blijkt dat er binnen de Tweede Kamer voor bijna elke krantenkop aandacht wordt gevraagd en dat die vervolgens vaak uitmondt in lang, maar vooral onnodig, politiek gelul. Ze schijnen er zelfs voor in de rij te staan, waardoor het ten koste gaat van de tijd om wetten te behandelen en langetermijnvisies te ontwikkelen.
Het blijkt dat Kamerleden vooral reageren op wat er die ochtend in de krant staat, in plaats van op structurele wetgeving en de controle van het kabinet. Daardoor raakt de agenda verstopt en wordt hetzelfde onderwerp soms drie of vier keer besproken: in het vragenuur, een commissiedebat, een tweeminutendebat én een plenair debat.
Wie regeert er nu eigenlijk het land? Wie draait er aan de knoppen? Zijn dat onze gekozen volksvertegenwoordigers, of wordt dat bepaald door het schuim der journalisten?
Natuurlijk is het goed als politici met hun poten in de klei staan, en ook goed als de journalistiek een vinger aan de pols houdt, maar daar lijkt het allang niet meer om te gaan.
Een incident, een uitgelekte notitie, een scherpe quote of een verontwaardigde post op sociale media is voldoende om de Haagse reflexmachine op gang te brengen. Er moeten Kamervragen komen. Er moet een debat komen. Er moet een spoeddebat komen. En voor je het weet zijn tientallen volksvertegenwoordigers urenlang bezig met een onderwerp waarvan niemand een week later nog weet waar het precies over ging.
Intussen worden de dossiers die minder geschikt zijn voor een pakkende kop naar achteren geschoven. De zorg. De woningmarkt. De vergrijzing. Onze energievoorziening. De concurrentiekracht van de economie. Onderwerpen die jaren vooruitkijken, maar die het afleggen tegen de ophef van de dag.
Nieuws moet snel, scherp en liefst verontwaardigd zijn. Een genuanceerd verhaal over de gevolgen van een wetswijziging haalt zelden de aandacht die een incident krijgt. Zo ontstaat een wisselwerking waarin media en politiek elkaar voortdurend voeden. De krant schrijft over de ophef, de Kamer debatteert over de ophef, en de volgende dag schrijft de krant weer over het debat.
De vraag is of dit nog iets te maken heeft met goed bestuur. Besturen vraagt om prioriteiten stellen, keuzes maken en soms accepteren dat niet elk incident onmiddellijke politieke actie vereist. Een volwassen democratie moet onderscheid kunnen maken tussen wat urgent is en wat belangrijk is. Tegenwoordig lijkt urgentie echter steeds vaker de plaats van belangrijkheid te hebben ingenomen.
De Kamer zou meer tijd moeten besteden aan haar kerntaak: wetten maken, het kabinet controleren en nadenken over de toekomst van het land.
Want uiteindelijk hebben we Kamerleden gekozen om Nederland te besturen. Niet om iedere ochtend de krant voor te lezen. Dat kunnen we zelf wel.
Maak jouw eigen website met JouwWeb