Van het gas af
Verbazing alom toen Trump onlangs aankondigde een deal te hebben gesloten met Poetin over de levering van dieselolie aan Amerika. Trump probeerde hiermee de dieselprijzen te verlagen, die ten opzichte van vorig jaar waren verdubbeld. Iets wat op allerlei gebieden pijn doet in de Amerikaanse portemonnee … Maar ongetwijfeld speelt ook mee dat hij in aanloop naar de midterms bij de Amerikaanse kiezer weer in een goed daglicht wil komen staan. Er staan voor hem namelijk nogal wat grote politieke belangen op het spel. Tijdens deze tussentijdse verkiezingen wordt onder andere het volledige Amerikaanse Huis van Afgevaardigden opnieuw gekozen.
Velen spraken schande van deze deal en zagen hierin een financiële ondersteuning van Rusland bij het voortzetten van de oorlog tegen Oekraïne. Een opvallende uitspraak vanuit Amerika zelf was dat de overeenkomst een geschenk aan de tegenstander en verraad aan de bondgenoten betekende. Ook vanuit de Nederlandse politiek klonk stevige kritiek.
Maar wacht eens even. Zijn wij eigenlijk zoveel anders? En zijn we niet een ‘beetje’ hypocriet?
We kunnen Amerika bekritiseren om het geschenk dat Rusland krijgt door die dieseldeal, maar doen wij niet iets vergelijkbaars met de import van Russisch gas …? Oké, bestaande contracten worden afgebouwd, maar je kunt je terecht afvragen of dat wel rijmt met de druk die de Europese Unie op Rusland probeert uit te oefenen om de oorlog tegen Oekraïne te beëindigen.
Ondertussen importeren wij nog altijd Russisch gas. Volgens cijfers van het CBS liep die import in 2025 zelfs op tot 2,4 miljard m³, meer dan in de jaren ervoor. Voor de goede orde: dat vertegenwoordigt een geschatte handelswaarde van bijna één miljard euro.
Ik weet niet welk deel van dat bedrag uiteindelijk rechtstreeks in de Russische staatskas terechtkomt. De werkelijke betalingen hangen immers af van contracten, tussenhandelaren en allerlei andere factoren. Maar hoe dan ook, het laat wel zien hoe groot de financiële belangen zijn.
De dieseldeal van Trump, waarmee hij zich bij de Amerikaanse kiezer in een goed daglicht probeert te stellen, roept bij mij dezelfde vragen op als onze eigen gasimport. We gaan de winter in en er is gas nodig om ons mee te verwarmen. Enerzijds is dat begrijpelijk. We willen immers geen kou lijden.
Anderzijds schuurt het. We veroordelen de Russische agressie, maar dragen tegelijkertijd financieel bij aan de Russische oorlogsmachine. Met de ene hand zwaaien we met sancties, met de andere rekenen we netjes het geleverde gas af. En ons eigen Groningse gas willen we niet meer winnen. Die kranen zijn dichtgedraaid.
Eigenlijk vraag ik me af hoe diep onze solidariteit werkelijk gaat. We verklaren ons solidair met Oekraïne, veroordelen de Russische agressie en wijzen met een beschuldigende vinger naar iedereen die Poetin financieel tegemoetkomt. Maar zodra onze eigen verwarming of portemonnee in het geding komt, blijkt die solidariteit ineens een houdbaarheidsdatum te hebben. Solidariteit is kennelijk een groot goed, zolang we er zelf maar niet voor in de kou hoeven te zitten.
Maar stel je nu eens voor dat de rollen waren omgedraaid. Dat Nederland werd aangevallen, onze steden werden gebombardeerd en onze bevolking op de vlucht moest slaan. Hoe zouden wij dan reageren als ons plechtig solidariteit werd betuigd, maar men ondertussen gewoon zaken zou blijven doen met degene die ons land aanvalt. Omdat er anders onvoldoende gas is. Ik vermoed dat wij die solidariteit dan toch heel anders zouden beoordelen. Solidariteit is gemakkelijk te betuigen, maar krijgt pas werkelijk betekenis wanneer je haar zelf nodig hebt of wanneer ze je iets kost.
Onze solidariteit met Oekraïne is hartverwarmend, zolang de thermostaat maar op 21 graden kan blijven staan.
Maak jouw eigen website met JouwWeb