Ga direct naar de hoofdinhoud

De mythe van de campervrijheid

Zeven weken, dat is lang genoeg om een illusie zorgvuldig op te bouwen, en daarna vakkundig te slopen. Wij deden het in een camper. Niet omdat we er al jaren van droomden, maar omdat mijn vrouw nieuwsgierig was. Wij hebben namelijk gewoon een caravan en niet onbelangrijk: een auto.

Laat ik beginnen met het goede nieuws: rijden met een camper is eigenlijk best prettig. Je stapt in, draait de sleutel om en je bent onderweg. Geen gedoe met aankoppelen, spiegels afstellen of discussies op de camping over hoe scheef die staat. In dat opzicht is de camper een toonbeeld van efficiëntie.


Maar daar eindigt de romantiek dan ook ongeveer ...

Want zodra je ergens staat - en dat is toch de bedoeling van vakantie - verandert die rijdende vrijheid in stilstaande beperking. Even naar een dorpje? Alles opruimen. Boodschappen doen? Stoelen inklappen, kabels los, hele huishouden mee. Waar je met een caravan je auto pakt en weg bent, zit je hier vast aan je eigen rijdende woonkamer die vrijwel nergens fatsoenlijk te parkeren is.

En als het regent, wat het in zeven weken natuurlijk een keer doet, ontdek je pas echt wat ‘compact leven’ betekent. Twee mensen, een tafel, een bed en een paar natte jassen. De fietsen waren braaf mee, maar fietsen in de regen is een vorm van zelfkastijding waar wij niet aan meedoen. Dus zit je daar. In wat feitelijk een opgewaardeerde bestelbus is, met de prijs van een kleine woning.

Want laten we eerlijk zijn: een camper is, technisch gezien, gewoon een busje waar iemand een keukenblok en een bed in heeft geschroefd, en daar vervolgens een prijskaartje aan hangt waar een paard de hik van krijgt. Voor hetzelfde geld heb je een caravan met aanzienlijk meer leefruimte én een auto om nog ergens te komen.

Toch is de camper ongekend populair. Misschien omdat deze het gevoel verkoopt van vrijheid, spontaniteit en avontuur. Instappen en gaan, zonder plan. Het klinkt geweldig - en dat ís het ook, zolang je blijft rijden.

Voorts kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat de mensen die in zo’n mastodont van een bestelbus rijden iets te compenseren hebben. Is het een gebrek aan status, aan seksueel lichamelijke middelen of vaardigheid …?

Hoe dan ook, wij kiezen toch weer voor de caravan. Iets minder sexy misschien, maar wel praktisch. En uiteindelijk is echte vrijheid en rust misschien ook wel dat je niet altijd direct met je hele hebben en houden wilt kunnen vertrekken. En dat je ook gewoon ergens wat langer kunt blijven zonder de stress van hoe moet ik nu morgen weer de boodschappen doen …

 

Twee volle zijtassen met een kratje bier onder de snelbinders van je de fiets is niet zo fijn in een heuvelachtig vakantieland, zeker niet als het ook nog regent.

 

Menu

Maak jouw eigen website met JouwWeb