Als je dood bent
Eén ding is zeker: dan lig je nergens meer wakker van… ‘Elk nadeel heeft zijn voordeel’, zoals onze grote nationale denker Johan Cruijff vaak zei. Nooit meer doodmoe en altijd doodstil. Nooit meer op een dood spoor zitten, jezelf doodvervelen of doodschrikken. Nooit meer de dood of de gladiolen, of jezelf doodwerken. En gek genoeg is doodgaan doodnormaal en tegelijkertijd om je dood te lachen. Je ziet het pas als je het doorhebt.
Maar het is ook de luxe van een eindpunt. U kent dat gevoel vast wel, bijvoorbeeld van een vakantie waarbij het op een gegeven moment ook wel mooi is geweest. Of bij het lezen van een boek: ook wel fijn als het een keer uit is. Of bij een telefoongesprek waarbij we eindelijk op kunnen hangen.
Toch kleeft er iets ongemakkelijks aan het idee van sterfelijkheid. We weten allemaal dat het er is, als een onvermijdelijk punt aan het einde van onze zin, of zou het ook een voorzichtige komma kunnen zijn… Laat je nog iets achter? En wat was eigenlijk mijn zin? Heeft die voor een ander ook nog zin gehad?
Toch is het precies die eindigheid die het leven zijn scherpte geeft. Stel je een wereld voor waarin tijd onbeperkt is. Geen deadlines, geen haast, geen ‘nu of nooit’. In zo’n wereld zou alles altijd morgen kunnen. En als alles morgen kan, waarom zou je vandaag iets doen? Een einde dwingt ons tot keuzes. Het maakt dat we prioriteiten stellen, dat we liefhebben met urgentie, dat we risico’s nemen omdat er iets op het spel staat. Zonder einde, geen betekenisvolle spanning.
Maar laten we eerlijk zijn: dat is de romantische lezing. De realiteit is minder poëtisch. Sterfelijkheid betekent ook verlies. Het betekent afscheid nemen van mensen die nog niet ‘af’ voelen. Het betekent dat er altijd plannen zullen zijn die nooit uitgevoerd worden, woorden die niet gezegd zijn, levens die abrupt worden onderbroken. Het idee dat alles eindigt, en vaak te vroeg, kan verlammend werken. Waarom investeren, waarom bouwen, als het toch ooit verdwijnt?
En toch zit daar precies de paradox. Want juist omdat alles eindig is, krijgt het waarde. Een gesprek met een vriend, een zonsondergang, een gewone dinsdag, ze zijn kostbaar omdat de belevingen niet eindeloos herhaalbaar zijn. Oneindigheid zou ze uithollen tot ruis.
Misschien is sterfelijkheid dus geen defect van het leven, maar een ontwerpkeuze. Een harde, soms wrede, maar ook functionele grens. Het dwingt ons om te leven in plaats van uit te stellen. Om betekenis te maken in plaats van te wachten tot die vanzelf komt.
De kunst is misschien niet om de sterfelijkheid te verslaan — dat is een strijd die we per definitie verliezen — maar om ermee te leren samenwerken. Om te accepteren dat de tijd beperkt is, en juist daarom te besluiten dat ze waardevol is.
Want uiteindelijk is het niet de lengte van het verhaal dat telt, maar wat we doen met de bladzijden die we krijgen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb